6.1 Hoofdregels “Veiligheid magazijn en productiehal Beerens”
6.2 Bepalingen
6.3 Bindende kracht van de verkeerstekens
6.4 Waarde van de verkeerstekens en van de verkeersregels
6.5 Algemene beginselen
6.6 De voetgangers
6.7 De bestuurders
6.8 Snelheid
6.9 Verplichting voorrang te verlenen
6.10 Rijden met of zonder last
6.11 Plaatsen van goederen
6.12 Gordel/Kantelbeveiliging
6.13 Aankondiging van een manoeuvre
6.14 Kruisen
6.15 Inhaalverbod
6.16 Bestuurders en passagiers van voertuigen
6.17 Handkarren
6.18 Verkeer buiten productiehallen
6. Verkeersreglement en veilig magazijn en productie
6.1 Hoofdregels “Veiligheid magazijn en productiehal Beerens”
- Alle voetgangers zijn verplicht veiligheidshesjes te dragen.
- Voetgangers zijn verplicht de voetgangerszones te volgen. Wijk men af van de voetgangerszones, dan is men verplicht veiligheidsschoenen te dragen.
- Veiligheidsoverschoenen en hesjes hangen voor bruikleen bij de ingang naar het magazijn tegenover het Sales kantoor en bij het bedrijfsbureau.
- Rollend materieel is verplicht voorrang te verlenen aan voetgangers.
- Alle weggebruikers dienen de verkeerstekens en verkeersregels in acht te nemen.
- Voetgangers en/of bestuurders mogen elkaar niet onnodig hinderen of in gevaar brengen.
- Elk persoon die een interne transportmiddelen bestuurt dient in het bezit te zijn van een geldig certificaat van rijvaardigheid en dient deze te allen tijden te kunnen tonen.
- De snelheid waarmee wordt gereden door interne transportmiddelen moet ten aller tijde aangepast worden aan de situatie.
- Het is de plicht van iedere werknemer/bezoeker kennis te nemen van de inhoud van het verkeersreglement Beerens. Het verkeersreglement ligt ter inzage bij uw leidinggevende en HR.
- Aanwijzingen van de preventiemedewerker en leidinggevenden ten aanzien van de verkeersveiligheid, dienen strikt opgevolgd te worden.
- Let op voor beklemmingsgevaar. Ieder persoon die zich in de omgeving van machines en/ of bewegende rollerbanen begeeft is zelf verantwoordelijk voor zijn/ haar veiligheid. Loshangende kleding past niet bij deze werkomgeving. Ook ‘lang haar’ kan voor onveilige situaties zorgen.
- Bij het doorkruisen van de productiehal, moet er stapvoets worden gereden.
- Bij een minder overzichtelijke situatie dient er met de claxon een signaal te worden gegeven.
Dit reglement is van toepassing op het verkeer in het pand van de Beerens Group, voetgangers, met de hand voortbewogen karren, palletwagens of containers en voertuigen waaronder wordt verstaan: reachtruck, lange lepeltruck, motorpallettruck en stapelaar. Dit reglement geldt zowel voor Beerens medewerkers als voor derden.
6.2 Bepalingen
- “Voetgangerszone”: zone met groene belijning aangegeven.
- “Highway”: de gangen en wegen die de productieafdelingen onderling met elkaar verbinden.
- “Kruispunt”: de plaats waar twee of meer highway’s samenlopen.
- “Productiehal”: de uitgestrekte ruimte waar de productie- en magazijnwerkzaamheden plaats vinden en waar de plaatsgesteldheid zodanig is dat het verkeer normaal in alle richtingen geschiedt.
- “Opslag locatie”: Magazijnstelling of gebied met gele belijning aangegeven waar goederen mogen staan.
- “Bestuurder”: al wie een voertuig bestuurt.
- “Voertuig”: elk middel van vervoer van goederen of personen zonder motor.
- “Intern transportmiddel”: elk voertuig uitgerust met een motor, bestemd om op eigen kracht te rijden.
- “Voetganger” elke persoon die zich begeeft in het magazijn of productiehal.
- “Verkeersreglement” alle richtlijnen conform Nederlandse verkeersreglement.
6.3 Bindende kracht van de verkeerstekens
De weggebruikers moeten intern verkeersreglement, richtlijnen en wegmarkeringen in acht nemen.
6.4 Waarde van de verkeerstekens en van de verkeersregels
De verkeerstekens gaan boven de verkeersregels.
6.5 Algemene beginselen
- Alle uitgangspunten zoals vastgelegd in het Nederlands verkeersreglement zijn intern ook van kracht.
- Het is verboden het verkeer te hinderen of de doorgang onveilig te maken door voorwerpen op de highway te plaatsen/achter te laten.
- Voorwerpen mogen enkel in de gebieden staan welke gemarkeerd zijn met gele lijnen.
- De voetgangerszone is aangegeven met een groene belijning en zijn enkel toegankelijk voor voetgangers.
- De bestuurder moet alle maatregelen treffen waardoor beschadiging van de weg, wanden, deuren en stellingen en personen vermeden kan worden.
- De bestuurder mag het voertuig dat hij bestuurt niet verlaten zonder de nodige voorzorgen te hebben genomen om enig ongeval en/of misbruik te voorkomen.
6.6 De voetgangers
- Alle voetgangers in de productiehal/magazijn van de Beerens Group dienen te allen tijden een reflecterende hesje te dragen.
- Indien men de voetgangerszone verlaat dan is men verplicht werkschoenen of overschoenen met stalen neus te dragen.
- Reflecterende hesjes en overschoenen zijn voor bruikleen te vinden bij de ingang van de showroom en bij het kantoor van de werkvoorbereiding van Beerens Winkelinterieurs. Na gebruik dienen deze direct teruggehangen te worden. Eventuele beschadiging aan veiligheidsoverschoenen of hesje dient direct gemeld te worden bij de HR afdeling.
- Bij het verlaten van het voetpad dient men zoveel mogelijk links op de “highway” te lopen, zodat er goed oogcontact gemaakt kan worden met tegemoet komt verkeer.
- Voetgangers dienen zich er bewust van te zijn dat er veelvuldig rijdend materieel aanwezig is. Zorg voor goed oogcontact bij het oversteken van de “Highway”.
- Houdt rekening met mogelijke onoverzichtelijke situaties voor een bestuurder.
- Voetganger mogen niet bewust bestuurders hinderen.
6.7 De bestuurders
- De vereiste minimumleeftijd is vastgesteld op: 18 jaar voor bestuurders van een motorvoertuig.
- Elke bestuurder moet in staat zijn te sturen, de vereiste lichaamsgeschiktheid en de nodige kennis en rijvaardigheid bezitten. Hij moet steeds in staat zijn alle nodige rijbewegingen uit te voeren en voortdurend zijn voertuig goed in de hand te hebben. Elke persoon die een motorvoertuig bestuurt dient in het bezit te zijn van een geldig certificaat van rijvaardigheid.
- De bestuurder dient te allen tijde zijn rijvaardigheid middels zijn (intern) certificaat kunnen tonen. Medewerkers welke frequent rijden op een heftruck of reachtruck worden extern gecertificeerd. Andere medewerkers kunnen via hun leidinggevende een interne opleiding krijgen.
- Medewerkers welke veelvuldig rijden op een heftruck of reachtruck zijn verplicht om in bezit te zijn van een geldig certificaat afgegeven door een door de branche erkend opleidingsinstituut.
- Voor medewerkers welke incidenteel rijden met een heftruck of reachtruck zijn verplicht om een doeltreffende voorlichting en instructie gehad te hebben, waarna een intern certificaat wordt afgegeven (aan te vragen via de leidinggevende).
- Behalve wanneer het voertuig stil staat of geparkeerd is, mag de bestuurder geen gebruik maken van een (mobiele) telefoon. Het gebruik van muziekdragers is te allen tijde verboden.
6.8 Snelheid
- Elke bestuurder moet zijn snelheid regelen zoals vereist wegens de plaatsgesteldheid, haar belemmering, de verkeersdichtheid, het zicht, de staat van de weg, de staat en de lading van zijn voertuig, opdat de snelheid geen ongevallen en/of schade zou kunnen veroorzaken noch het verkeer hinderen.
- De bestuurder moet, rekening houdend met zijn snelheid, tussen zijn voertuig en zijn voorligger een voldoende veiligheidsafstand houden, zodanig dat hij zijn voertuig op een veilige manier tot stilstand kan brengen (minimale afstand 2 trucklengtes).
- De bestuurder moet in alle omstandigheden kunnen stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien.
- Geen enkele bestuurder mag een andere bestuurder onnodig hinderen wanneer dit niet om veiligheidsredenen vereist is.
- De bestuurder die de snelheid van zijn voertuig aanzienlijk wil verminderen, moet dit voornemen kenbaar maken door middel van de stoplichten wanneer het voertuig ervan voorzien is of, zo niet en indien mogelijk, door een teken met de arm (binnen de contouren van het voertuig).
- Elke bestuurder moet snelheid verminderen wanneer hij voetgangers nadert en stoppen om voorrang te verlenen.
6.9 Verplichting voorrang te verlenen
- Elke bestuurder die de highway volgt moet zo veel mogelijk aan de rechterzijde van de rijbaan blijven.
- De bestuurder die een kruispunt oprijdt moet extra voorzichtig zijn ten einde alle ongevallen te voorkomen.
- Bij het doorkruisen van de highway, verkeersknooppunten of bij onoverzichtelijke plekken dient men te claxonneren om andere bestuurders/voetgangers te waarschuwen.
- De bestuurder die voorrang moet verlenen, mag slechts verder rijden indien hij dat kan doen zonder gevaar voor ongevallen, gelet op de plaats van de andere weggebruikers, hun snelheid en de afstand waarop zij zich bevinden.
6.10 Rijden met of zonder last
- Rijd niet met geheven last (verhoogd kantel gevaar), maar sleep deze ook niet over de grond.
- Rijd niet met een instabiele last (zet deze vast).
- Rijd een helling hetzij beladen, hetzij onbeladen altijd achteruit af.
- Rijd extra langzaam en voorzichtig bij blinde hoeken (claxonneren).
- Rijd niet vlak langs deuren, in- en uitgangen.
- Rijd achteruit als de last het zicht belemmerd (rijden met een stortbak/vuilcontainer dient te allen tijde achteruit te gebeuren).
- Het is streng verboden om personen (op de lepels) te laten meerijden of te heffen.
- Neem niet meer last mee dan waarvoor het rijdend materieel is gemaakt.
- Indien er geen zitting aanwezig is dan dient men staand met het rijdend materieel te werken (beschermbeugels zijn dus niet gemaakt om op te zitten).
- Houdt ledenmaten binnen de contouren van het rijdend materiaal.
- Met lange lepel trucks dient altijd achteruit gereden te worden.
- Voorkom schade aan vloer, wanden, deuren, stellingen of andere eigendommen. Indien onverhoopt toch schade wordt gereden bent u verplicht dit direct te melden bij uw leidinggevende.
6.11 Plaatsen van goederen
Het plaatsen van goederen van welke duur dan ook is enkel toegestaan in de daarvoor aangewezen gebieden of in de magazijnstellingen. Deze gebieden zijn aangegeven met een gele belijning op de vloer.
Gebieden bij nooduitgangen, brandblussers, brandslangen, EHBO-koffers zijn aangegeven met een rode belijning de weg hiernaar toe dient altijd vrij te zijn van enige obstakels van welke grote dan ook.
6.12 Gordel/Kantelbeveiliging
Het is verplicht om ten alle tijden de gordel te dragen, de valbescherming en andere veiligheidsmiddelen (zoals schermbeugels) op correcte wijze te gebruiken.
6.13 Aankondiging van een manoeuvre
Alvorens een manoeuvre uit te voeren die een wijziging van de rijrichting veroorzaakt, moet de bestuurder dit kenbaar maken met de richtingaanwijzers (indien aanwezig) of met een armbeweging (binnen de contouren van het voertuig).
6.14 Kruisen
- Onder kruisen wordt verstaan, elkaar in tegengestelde richting voorbijgaan. Het kruisen geschiedt rechts.
- De bestuurder moet, bij het kruisen een voldoende zijdelingse afstand laten en, zo nodig naar rechts uitwijken.
- Wanneer het kruisen wegens de breedte van de rijbaan niet gemakkelijk uitgevoerd kan worden, dient de bestuurder te stoppen, in geen enkel geval mag over de voetgangerszone gereden worden.
6.15 Inhaalverbod
Inhalen ten aanzien van bestuurders die in beweging zijn is enkel toegestaan indien de situatie dit veilig toelaat.
6.16 Bestuurders en passagiers van voertuigen
- Op een voertuig mag slechts door 1 persoon plaats worden genomen.
- Het is de bestuurder verboden personen te vervoeren op de uitwendige delen van een voertuig.
6.17 Handkarren
Wanneer een handkar, of de lading hiervan, niet voldoende zicht naar voren vrijlaat, moet de bestuurder zijn handkar trekken.
6.18 Verkeer buiten productiehallen
Verkeer op het terrein van de Beerens Group moet de regels in acht nemen die ook van toepassing zijn op de openbare weg (wegenverkeerswet). Het is niet toegestaan op trottoirs, voetpaden, gazons te rijden of te parkeren.